Peuters achter de laptop? Mediagebruik kinderen verandert

Vorig artikel Volgend artikel

Kinderen vandaag de dag zijn anders dan voorgaande generaties. Kinderen van nu zijn zelfs anders dan kinderen op die leeftijd een aantal jaar terug. Oorzaak hier van zijn sociale en technologische veranderingen, die zowel positieve als negatieve effecten hebben op verschillende aspecten van de ontwikkeling. In dit artikel zetten we wat relevante onderzoeken op een rij.

Peuters achter de laptop? Mediagebruik kinderen verandert

Meer en meer en meer ...

Het mediagebruik van kinderen blijft stijgen. Uit onderzoek in Amerika is naar voren gekomen dat 82% van de kinderen van 12-13 jaar oud online zijn en ze gemiddeld 6,5 uur per dag gebruik maken van media. Maar ook voor hele jonge kinderen (0-3 jaar) is er tegenwoordig een uitgebreid media aanbod: ze worden dagelijks al 1 a 2 uur blootgesteld aan media (Coyl, 2009). In Nederland is de beschikbaarheid van internet nog groter: 83% van kinderen tussen 6 en 10 zijn online. Bij 11 tot 14 is dat zelfs 96%.

Alle peuters achter de laptop!

Het media aanbod voor kinderen van 1 to 3 groeit heel snel. Van de kinderen tussen de 0 en 1 kijkt 24% iedere dag een DVD. Voor kinderen tussen de 2 en 3 is dit 41%. Ook besteden kinderen in deze leeftijd ongeveer twee keer zoveel tijd aan DVD's dan aan boeken.

Alhoewel er veel discussie is over media-invloed op kleine kinderen zijn er zeker een aantal positieve effecten bewezen. Zo heeft media-consumptie een positieve invloed op de taalontwikkeling van kinderen, maar bijvoorbeeld ook op begrip van situaties (Linebarger & Vaala, 2010).

Deze effecten bij jonge kinderen treden vooral op

  • als onderwerp andere kinderen in echte situaties zijn
  • als de inhoud wordt herhaald: zo leren ze de indeling en inhoud (het verhaal) en kunnen eventuele negatieve effecten van het kijken naar bepaalde content afnemen of worden weggenomen
  • er samen met een ouder (bekwaam) actief wordt gekeken. Dit zorgt ervoor dat jonge kinderen sneller leren, net zoals dat kinderen in het echt leven leren van bekwame anderen

We kunnen onze peuters dus niet gewoon voor een scherm planten; de inhoud van het gebodene moet aansluiten. En als dat zo is zijn de verschillende schermen in het leven van de peuter een interessante verrijking: een (interactieve) bron erbij.

Overal een scherm

Hoe ouder kinderen worden, hoe meer en langer ze media gaan gebruiken. Sommige kinderen van rond de twaalf communiceren zelfs meer via media dan dat zij face-to-face tijd met familie en leeftijdsgenoten doorbrengen. Kinderen onderhouden relaties ook voor een groot deel digitaal. De uitkomsten uit het Hyves onderzoek van Mijn Kind Online waren heel helder: kinderen gebruiken Hyves vooral als verlengstuk van hun normale dagelijks leven. In de meeste gevallen zijn de vrienden in Hyves dezelfde vrienden als die buiten Hyves.

hyves-coverMKO1

Hyves is in het leven van veel kinderen belangrijk. En naarmate ze ouder worden groeit dat gevoel. De behoefte die hieraan ten grondslag ligt is niet nieuw: het gaat over het onderhouden van relaties met mensen die ook in hun offline leven een belangrijke plaats innemen.

Wel anders is de duur en intensiteit: waar vroeger vrienden na school/spelen pas weer de volgende dag weer beschikbaar waren, spreken kinderen van nu elkaar ook nog vanuit huis. De gezamenlijke tijd wordt via internet verlengd.

Alles tegelijk

Ook multitasken kinderen net als hun ouders steeds meer. Dit multitasken heeft –net als bij volwassenen- een negatief effect op de cognitieve prestatie. Alleen getalenteerde kinderen kunnen hier beter mee omgaan, voor de meeste kinderen kan te veel tegelijk leiden tot overbelasting en een verminderd leereffect.

Al jaren blijkt steeds weer dat mensen (en dus ook kinderen) niet in staat zijn zich te focussen op meer dan een ding tegelijk (Wallis, 2006). Ook recent is weer aangetoond dat multitasken niet werkt: studenten die tijdens het studeren veel op sociale netwerksites als Facebook, Hyves of MySpace zitten, scoren gemiddeld een punt lager bij proefwerken en tentamens dan anderen. (Kirschner & Karpinski) Overigens is niet aangetoond of de studenten minder goed presteerden door hun mediagebruik of dat relatief slechter presterende studenten veel media gebruiken.

Lang werd gedacht dat dit bij kinderen als digital natives anders zou kunnen zijn, maar dat is niet waar. Bottom line blijft dat mensen die hun aandacht verdelen tijdens het volbrengen van een taak meer fouten maken en meer tijd nodig hebben. En hetzelfde geldt voor kinderen.

Media zijn hieraan niet schuldig, mensen zullen beter moeten leren omgaan met media.

Schermen als spiegel

De media blijkt ook een toenemende invloed te hebben op de ideeën van (basisschool)kinderen over het ideale lichaam. Jongens willen gespierd zijn waardoor ze als populair en zelfverzekerd gezien worden. Meisjes zijn meer dan ooit bezig met hun lichaam en praten en denken over gewicht verliezen, ook al hebben ze een goed gewicht voor hun leeftijd.

Ook winkels spelen in op het beeld dat de media van vrouwen scheppen. Waar volgens de meeste ouders (speel)make-up en schoenen met hakjes pima binnen de norm passen kan het ook verder gaan: een Engelse winkelketen heeft onder grote publieke druk omstreden bikini's voor kinderen uit de winkels gehaald. De bovenstukjes van de bikini's waren voorgevormd en opgevuld, waardoor kinderen van zeven jaar oud eruit zien alsof ze al borsten hebben. Overigens waren vergelijkbare bikini’s in een andere winkel een verkoopssucces.

primark-bikini1

Uit onderzoek van Ray en Ram Jat (2010) is naar voren gekomen dat hoe vaker meisjes modetijdschriften lezen, hoe meer ze met hun lichaam bezig zijn. En op dieet gaan en sporten om in vorm te blijven. Maar dit blijkt niet te zijn omdat ze zichzelf niet mooi vinden.

Mediaconsumerende meiden zijn zich meer bewust van de maakbaarheid van het eigen uiterlijk. Dit wil zeggen dat jongeren die vaker naar dergelijke uitingen kijken, dus niet minder tevreden zijn, maar wel vaker iets aan zichzelf zouden willen veranderen. Tegelijk vinden diezelfde jongeren die vaker naar de genoemde media kijken meer dingen mooi aan zichzelf.

Onderzoek van de Stichting Mijn Kind Online (Duimels, 2009) laat zien dat jongeren die meer kennis van het gefotoshop in de bladen hebben en meer ervaring met het bewerken van hun eigen foto's, minder ontevreden zijn met hun eigen lijf. Ze begrijpen dus dat fotoshoppen er tegenwoordig nou eenmaal ‘bij hoort'.

Illustratief in deze is een reactie bij een artikel over de ‘Hot Hollywood Trend’ van het naturel poseren: ‘Demi has soooo much make up on to look natural…get out of here. Who does she think she’s kidding. You can see the blush and foundation on her. Do they think we’re stupid?’

Gaming is het nieuwe leren

Als kinderen gevraagd wordt wat hun liefste bezigheid is, staat gaming op de tweede plaats (Ikea Playreport, 2010), meteen na spelen met vrienden. Van de verschillende media-activiteiten vinden kinderen gamen het leukst.

Dat games leerzaam (kunnen) zijn is inmiddels een algemene opvatting.

Waar kinderen in traditionele onderwijsvormen veel stof leren omdat ze het later misschien nodig hebben (just in case) leren spelers in goede games right on time. Het meteen toepassen (en toetsen) van opgedane kennis is heel bevredigend: nieuwe kennis of inzicht worden meteen relevant. Naast dat dit een fijne ervaring oplevert voor de speler is ook aangetoond dat kennis die zo wordt aangeleerd en toegepast beter begrepen en onthouden wordt.

De natuurlijke leerbehoefte van kinderen ligt net boven hun eigen niveau. Als het in onderwijs lukt in die zogenaamde ‘zone van naaste ontwikkeling’ leermiddelen aan te bieden is leren het leukst en meest effectief.

Goede games zijn zo gemaakt dat ze vanzelf aansluiten bij de zone van naaste ontwikkeling. Kinderen werken snel door de makkelijke stof heen en worden beloond met een uitdaging die past bij hun niveau. Dat geldt ook voor niet-educatieve games; ook die zijn door deze structuur heel goed voor de ontwikkeling. Leren en games kunnen we dus heel breed zien, ook games die voor ontspanning worden gespeeld kunnen heel leerzaam zijn.

Het is overigens niet zo dat klassikaal lesgeven vervangen kan worden door lessen achter de computer. Afwisseling in het aanbod is belangrijk en de interactie tussen leerkracht en leerling blijft essentieel.

Ouders zijn bezorgd

jm-september

Omdat er best wel wat negatieve effecten van media in de media zijn uitgelicht, zijn ouders over het algemeen bezorgd over de invloed van media op hun kinderen. Ouders willen graag in de gaten kunnen houden met wat voor online activiteiten hun kinderen bezig zijn. En vaak vinden kinderen dat prima: met 11 jaar weten minstens 70% van de ouders het Hyves password van hun kind (MKO).

Die ‘wat doen ze nou toch de hele tijd op de computer’ zorg lijkt niet te leiden tot een beperking: 33% van de ouders vindt dat hun kinderen teveel achter een scherm zitten (tv, computer). Maar een ruime meerderheid is dus blijkbaar tevreden met de hoeveelheid schermtijd van hun kinderen.

Ook vinden ze (70 % van de ouders) dat kinderen al genoeg moeten leren op school en dat er na schooltijd ontspannen mag worden. En dat ontspannen kan dus ook best achter een scherm. Net zoals papa en mama: want ook de schermtijd van ouders neemt nog steeds toe. Er lijkt dus een algemene acceptatie van schermtijd plaats te vinden.

Maar het soort schermgebruik zal misschien wel veranderen; zowel kinderen als ouders zouden meer tijd met elkaar willen doorbrengen. Waar veel mediagebruik individueel is, of voornamelijk met peers, is het leuk na te denken over gedeelde ervaring die ouders en kinderen de mogelijkheden geeft met elkaar kwalitatieve interactie te hebben. De computer kan daar een prima plek in krijgen.

En wij als conceptonwikkelaars, communicatiespecialisten en marketeers?

Mediaconsumptie past bij de manier van leren, kijken en ontspannen van kinderen. En media hebben een grote invloed op het leven en de ontwikkeling van kinderen. Kinderen die goed gebruik maken van media zijn verder in hun taalontwikkeling, leren makkelijker en met meer plezier, oefenen hun social skills meer en kunnen bronnen beter vinden en gebruiken.

Het mediagebruik van kinderen is heel helder te koppelen aan behoeftes. De natuurlijke noodzaak tot sociale interactie met peers krijgt gestalte binnen Hyves (en andere sociale netwerken), de behoefte aan uitdaging en spanning bevredigen ze in game-omgevingen, ze scoren met kennis over filmpjes op YouTube en vinden antwoorden op hun vragen op internet.

De vraag of mediaconsumptie aan banden moet worden gelegd is niet meer actueel, mediaconsumptie is voor kinderen geen doel maar een middel. En een middel dat van nature goed aansluit en heel veel kansen biedt. Laten we dus denken over behoeftes die ten grondslag liggen aan het gebruik en daar goed bij aansluiten.

Wat wel actueel blijft is op welke manier je als aanbieder gebruik moet maken van de (beinvloedings)mogelijkheiden van de verschillende media. Binnen GoSupermodel kun je meisjes helpen met hun onzekerheid, maar je kunt in dezelfde omgeving en gebruik makend van dezelfde mechanics een huidverzorgingsproduct promoten. De vraag is dan natuurlijk of je als marketeer die twee kunt combineren. Het is aan ons ervoor te zorgen dat we de kinderen bieden wat ze nodig hebben om zich te ontwikkelen en te ontspannen. Integriteit is daarbij een sleutelwoord.

De aantrekkingskracht van media wordt niet altijd in het voordeel van kinderen ingezet door makers. Juist omdat kinderen minder goed zijn in het duiden van media dan aanvankelijk werd gedacht is het belangrijk zorgvuldig na te denken over wat je aanbiedt en hoe dat in het voordeel van de kinderen is. En –heel belangrijk- hoe je de ouders daar in meeneemt.

Want ouders worden door kinderen nog steeds als de belangrijkste mensen gezien :)

In samenwerking met Nynke van Waard (stagiaire IJsfontein, student ontwikkelingspsychologie UVA)

Bronnen: Jos de Haan en Remco Pijpers, Contact! Kinderen en nieuwe media. Stichting Mijn Kind Online / (On)bewerkt Beroemd. Stichting Mijn Kind Online / Linebarger, D.L. en Vaala, S.E. (2010). Screen Media and Language Development in Infants and Toddlers: An Ecological Perspective. Developmental Review, 30, 176-202 / Ray, M. en Ram Jat, K. (2010). Effect of Electronic Media on Children. Indian Pediatrics, 47, 561-568 / Wallis, C. (2006). The Multitasking Generation. Time, 48-55.

Astrid Poot

Reageren is uitgeschakeld omdat er geen cookies opgeslagen worden.

Cookies toestaan Meer informatie over cookies