The show must go on!

Vorig artikel Volgend artikel

Nergens ter wereld is het mediacircus rond de presidentsverkiezingen zo groot en bizar. Miljarden dollars worden geïnvesteerd om continu in overal in beeld te zijn. Voor een toekomstige president zijn goede inhoudelijke adviseurs minstens zo belangrijk als fondsenwervers die genoeg geld bij elkaar harken om al die aandacht op radio, televisie, internet en kranten te garanderen.

Even lekker zappen zonder een presidentskandidaat tegen te komen is hier bijna onmogelijk. Niets geen posters plakken onder viaducten en suffe spotjes in de zendtijd voor de politieke partijen, maar keiharde marketing en geslepen reclame is waar het om gaat.

The show must go on!

Breaking news

Het is steeds moeilijker voor de Amerikaanse verkiezingskandidaat om de nieuwscyclus te beheersen. Door de kabelzenders zijn er geen vaste nieuwsmomenten meer, er moet dus continu iets te melden zijn. Waar halen we anders het ‘breaking news’ vandaan dat op de meest gekke momenten opduikt? Nou onder meer uit de krant. De kleine tv-redacties hebben geen tijd om er uitgebreid op uit te gaan en onderzoek te doen. De redacties van kranten (nog) wel. 

 

Even for the record; als er geen media bij is, heeft een gebeurtenis of bijeenkomst geen bestaansrecht. Als er zich niet genoeg journalisten hebben aangemeld die in weer en wind verslag komen doen, wordt een verkiezingsbijeenkomst verzet of afgelast. Voor de naïeveling die het nog niet wist; de meeste evenementen worden georganiseerd voor de kijkers thuis, niet voor de mensen die ter plaatse enthousiast met hun vlaggetjes zwaaien.

 

Politics 2.0
Franklin Delano Roosevelt was Amerika’s eerste mediapresident. Met de beroemde fireside chats hield hij tussen ’33 en ‘45 de Amerikanen regelmatig op de hoogte van waar hij mee bezig was en waarom. Dit leidde tot duizenden brieven met reacties. De staf met slechts 1 ‘brievenbeantwoorder’ moest al snel worden uitgebreid naar tien. De eerste stappen op gebied van politics 2.0 waren gezet. Radio heeft echter nooit zo’n dominante rol gespeeld in presidentiele campagnes als we nu zien bij TV.

 

In 1952 werden voor het eerst televisiespotjes ingezet bij campagnes. De democratische kandidaat Stevenson weigerde hieraan mee te werken. Hij wilde zich niet als zeeppoeder laten verkopen. Little did he know…


Hoe groot de macht van televisie werkelijk is werd pas duidelijk bij de televisiedebatten tussen Nixon en Kennedy in 1960. Nixon was ziek geweest en zag eruit als een louche oplichter waar Tony Soprano jaloers op zou zijn. Kennedy had wat zonuurtjes gepakt en zag er stralend en kerngezond uit. De kijkers naar het televisiedebat vonden  dat Kennedy het debat had gewonnen. Radioluisteraars noemden massaal Nixon als winnaar. Inhoudelijk was Nixon beter, maar Kennedy’s uitstraling gaf de doorslag.  

 

Dat inhoud niet doorslaggevend is bleek wederom in 1980. In het debat tussen Carter en Reagan veegde de eerste met goede inhoudelijke standpunten meerdere malen de vloer aan met de onwetende Reagan. Zijn enige droge reactie bij de vijfde aanval: ‘There he goes again’. Dit leverde Reagan zoveel sympathie op dat alle goede argumenten van Carter directly down the drain gingen.  

 

The whole package

En Obama en McCain? We zien een vitale jonge vent tegenover een krasse knar met haar zo wit als de kerstman die je graag als opa zou willen, maar niet vier jaar voor de een van de zwaarste banen ter wereld (en god forbid als hij eerder het loodje legt). Toch is er een belangrijk verschil met de andere voorbeelden. Obama weet wel degelijk waar hij over praat en hoeft het niet alleen te hebben van zijn charismatische uitstraling. He’s got the whole package.    


Dan is er nog het internet. De rol hiervan is nooit zo belangrijk geweest als bij de huidige verkiezingen. Het is naast televisie het belangrijkste kanaal om de kiezer te bereiken. Vooral Obama heeft een professionele webstrategie. In de eerste plaats om kiezers te informeren, te werven en met elkaar in contact te brengen. Maar zijn webstrategie heeft er onder andere ook voor gezorgd dat de campagnekas van Obama nog comfortabel vol zit terwijl McCain zijn laatste dollarcenten om moet draaien om het einde van de campagne te halen.

 

Van beide kandidaten zijn alle spotjes op Youtube te vinden en is Obama te volgen via Twitter. De volgende stap? Mobiele telefoons inzetten voor gepersonaliseerde boodschappen aan de kiezer. De effecten van het internet op de campagnes zijn nog niet gemeten. Duidelijk is wel dat vooral de jongere kiezer, opgegroeid met het internet, zich via deze weg laat informeren en zich hierdoor het meest aangesproken voelt.  Deze groep is ook grotendeels aanhanger van Obama. En wie de jeugd heeft, heeft de toekomst… toch?

Reageren is uitgeschakeld omdat er geen cookies opgeslagen worden.

Cookies toestaan Meer informatie over cookies