Bestaansrecht onafhankelijk magazine?

Vorig artikel Volgend artikel

Items, Mister Motley, Volume , O.K. Periodicals en Metropolis M, onafhankelijke magazines die hun ontstaan te danken hebben aan de ‘drive’ van de oprichters. Afgelopen weekend kon je deze en andere onafhankelijke magazines uit binnen- en buitenland bekijken tijdens het O.K. Festival in Arnhem. In het debat over de toekomst van het gedrukte tijdschrift werd het bestaansrecht van deze media onder de loep genomen.

Bestaansrecht onafhankelijk magazine?

Een onafhankelijk magazine wordt doorgaans opgericht door een individu of een kleine groep mensen die een visie willen uitdragen buiten de gangbare paden. Voor hen geen Sanoma, VNU of TTG, maar een klein samenwerkingsverband waarbij ze zelf alle regie in handen hebben, al dan niet gesubsidieerd door de overheid en/of adverteerders. Er worden geen concessies gedaan ten aanzien van de wensen van een uitgever of adverteerder. Alles krijgt vorm vanuit een persoonlijk doel: het verlangen om verhalen te vertellen en beelden te laten zien die anders geen podium hebben.

 

Volgens Alex de Vries, medeoprichter van kunstmagazine Metroplis M, verscheen het eerste onafhankelijke Nederlandse magazine al in 1917. De Stijl, een kunstenaarstijdschrift dat in een oplage van enkele tientallen verscheen in binnen- en buitenland. Het diende als een platform voor het gedachtegoed van de kunstenaars. Nu, zo’n honderd jaar later, zien we verschillende magazines die buiten de ‘officiële paden’ hun mening uiten. Deze bladen willen, zoals Max Bruinsma, hoofdredacteur van Items, aangeeft, een verhaal vertellen onafhankelijk van de vraag of er een groot publiek voor is.

 

Geld

De relatie met het publiek leidt in veel gevallen wel tot een spanningsveld. Bruinsma: “Enerzijds wil je onafhankelijk blijven, anderzijds wil je verantwoordelijkheid nemen voor je positie ten opzichte van de lezers.” Ook Hanne Hagenaars, hoofdredacteur van jongeren kunstmagazine Mister Motley, wil de inhoud van het blad bij voorkeur zelf bepalen. Het liefste schrijft zij alle teksten. “Ik heb een voorkeur voor auteurstijdschriften die door één persoon worden geschreven. Des te unieker wordt de inhoud. Daar staat tegenover dat er wel geld nodig is om het blad te kunnen maken. “Hoe minder geld je nodig hebt, des te onafhankelijker kun je zijn”, aldus Hagenaars. “Maar het vinden van adverteerders is een groot probleem. We hebben het zelf geprobeerd, maar het kost erg veel moeite. Toch wil ik niet in zee met een commerciële uitgeverij. Ik zou de omzet kunnen verdubbelen, maar dan wil de uitgever altijd het laatste woord.”

Culturele tijdschriften Metropolis M en Items hebben allebei zo’n vierduizend tot vijfduizend abonnees en worden gesubsidieerd door de overheid. Items werkt daarnaast ook met adverteerders. Bruinsma: “Dat is voor ons noodzakelijk. We hebben een vaste kern van trouwe adverteerders die het blad steunen en het tegelijkertijd gebruiken om hun product te profileren.”

 

Publiek

Dankzij de inkomsten van abonnees, adverteerders en subsidies of een onderdeel daarvan kunnen de onafhankelijke magazines bestaan. In sommige gevallen ontstaat het magazine op aandringen van een instituut (zoals een architectenbureau of een opleiding voor de kunsten) waardoor de grens tussen onafhankelijk en afhankelijk natuurlijk zeer vaag wordt. Al naar gelang het animo onder potentiële lezers ligt de nadruk op één van de drie inkomstenbronnen. De vraag of er een publiek is voor het tijdschrift, is niet altijd relevant. Geen marktonderzoek of lezersprofielen. Het blad ontstaat vanuit een persoonlijke behoefte en het is eenvoudigweg afwachten of de ‘rest van de wereld’ er ook zo over denkt. Het bestaansrecht op lange termijn wordt bepaald door de ‘technische’ beeldwoord kwaliteit en de blijvende urgentie zoals die wordt waargenomen door de lezers, overheid en adverteerders. Maar wat als de vastberadenheid én de technische kwaliteit geweldig zijn, maar het publiek de urgentie er niet van inziet? Dan kunnen adverteerders of de overheid te hulp blijven schieten. Maar wat blijft er dan over?

 

Afhankelijk

Overigens worden niet alleen onafhankelijke magazines vanuit een persoonlijke drive gemaakt. Onlangs heb ik BWELL magazine gelanceerd en dat was er niet gekomen zonder mijn drive. Ik heb wel een partner gevonden voor het commerciële deel, maar ik wist van binnen dat dit blad ‘gemaakt moest worden’. Marktonderzoek? Ja, door de uitgever. Maar ikzelf heb puur vanuit passie, intuïtie en affiniteit met het onderwerp dit blad gemaakt. Ik vermoedde dat er een publiek voor was, maar dat was niet de reden van mijn drive. Ik wilde vooral zinvolle verhalen vertellen die een podium nodig hadden, omdat ze anders vergeten zouden worden. Ik had wel direct door dat er geen blad gemaakt kon worden zonder inkomsten. En vond het bovendien wel belangrijk dat de potentie onder het publiek cijfermatig onderbouwd zou worden. Het marktonderzoek van de uitgever was de bevestiging. Overigens is de kans erg groot dat ik dit blad – in ieder geval eenmalig – ook zou hebben gemaakt zonder de commerciële steun van de uitgever. Dat is misschien wel de ‘prettige waanzin’ van de gepassioneerde bladenmaker, onafhankelijk of niet...

mm02-101cover_items_2_20101Mister%20Motley1

Reageren is uitgeschakeld omdat er geen cookies opgeslagen worden.

Cookies toestaan Meer informatie over cookies